Mathieu van der Poel maakt zich op voor rentree in veld: “Zal nog niet top zijn”

Er wordt al even gecrosst, maar de grootste veldrijder van het moment laat nog heel even op zich wachten. Mathieu van der Poel duikt aanstaande zondag in Ruddervoorde weer het veld in. Of hij meteen weer mee kan doen om de prijzen? In het programma De Tribune op Radio 1 zegt hij dat hij daar wel op hoopt: “Ik heb een goed vormpeil, maar het zal nog niet top zijn.”

 “Het is toch een drukke zomer geweest”, kijkt de wereldkampioen veldrijden terug op een druk weg- en mountainbikeseizoen. “Ik had zelf nood aan wat rust en wilde pas terugkeren als ik een acceptabel vormpeil had. Als je slecht aan het seizoen begint is het ook heel moeilijk om dat nog goed te krijgen tijdens het seizoen. Dus ik wilde dat de basis in orde was voor ik eraan begon.”

Veel specifieke crosstrainingen heeft de wereldkampioen nog niet achter de kiezen. “Ik denk dat ik drie keer in het bos ben geweest, dus dat is nog niet zo heel veel.” Een probleem hoeft dat echter niet te zijn. “Het is vooral belangrijk om weer wat kilometers en uren in de benen te krijgen. Dat heb ik vooral gedaan.”

“Persoonlijk vind ik het ook jammer dat Van Aert er niet bij is omdat hij toch altijd mijn grootste concurrent is geweest. Maar misschien vind ik die uitdaging nu in Eli Iserbyt. Het lijkt er wel op dat hij een grote stap heeft gezet. Hij is indrukwekkend bezig. Ik heb de crossen wat gevolgd en op dit moment rijdt hij weg wanneer en waar hij dat wil. Hij moet meestal ook maar één keer proberen om de kloof te slaan en dan ben je wel de beste”, weet MvdP. “Als we een paar crossen tegen elkaar gereden hebben zal duidelijk worden wat het niveauverschil is.”

De  veelvraat van Corendon-Circus volgt de hevige discussie die momenteel gaande is over de hervormingen van de veldritsport vanaf de zijkant. “Ik heb al wat dingen zien en horen passeren en waarschijnlijk zullen er voor beide standpunten wel goede argumenten zijn. Maar ik ben er nog niet mee bezig. We moeten er toch vanuit gaan dat er gehandeld wordt in het belang van de sport. Nu wordt er wel heel dramatisch over gedaan, terwijl dat volgens mij niet zo hoeft te zijn. Er is voorlopig veel ophef om niets, want er is nog niets beslist en bekend.”